Woorden om te overwegen

Woorden van een wijsgeer

Aan een wijsgeer werd gevraagd hoe hij, ondanks al zijn bezigheden en beslommeringen, rustig en geconcentreerd kon leven. Zijn antwoord was: Als ik zit, dan zit ik. Als ik sta, dan sta ik. Als ik loop, dan loop ik. Als ik eet, dan eet ik. Als ik spreek, dan spreek ik.

De toehoorders antwoordden: Dat doen wij toch ook ! Wij doen precies hetzelfde !

Toen zei de wijsgeer tot hen: Nee, als je zit, dan sta je al. Als je staat, dan loop je al. Als je loopt, dan wil je er al zijn. Als je eet, ben je al klaar. Als je spreekt, dan luister je meestal niet meer naar het antwoord.

—————————

Broodnodig

Ieder mens heeft een stukje bemoediging nodig, een klop op de schouder, een open gesprek, een blik die blij maakt, iemand die kan meeleven, een plaats waar je mensen ontmoet die je dat geven. Ieder mens kan maar écht mens zijn bij de genade van de anderen. We zijn het aan elkaar verplicht. Ieder mens heeft een stukje geborgenheid nodig: een adres, een plaats waar hij thuis is. Ieder mens zou iemand moeten kunnen ontmoeten die iets laat vermoeden wie God is. We hebben het allemaal broodnodig.

Hoop

Zelfs in de meest uitdagende dagen wanneer niets meer lijkt te kloppen.

Zelfs wanneer alles moeilijk blijkt en de ene frustratie zich stapelt op de andere.

Zelfs dan gaat de natuur haar weg !

De planten bloeien en verdorren en bereiden zich voor op een nieuw begin.

De golven rollen op en af, hoogtij en laagtij… ongestoord !

Het ritme van het leven zet zich verder en nodigt ons uit niet op te geven,

en het beste in onszelf naar boven te halen.

We kunnen een verschil maken, elke dag weer opnieuw.

De kracht van de schepping in ons gelegd laat zich niet bedwingen.

Er is steeds hoop, alles komt goed !  (AV)

Het leven vieren is een werk van elke dag. In de kleine en grote momenten van ons bestaan is het goed af en toe even stil te staan bij wat ons leven de moeite waard maakt. Vieren brengt mensen samen in goede en in kwade dagen. Het laat ons toe te delen: delen wat ons hart bezwaart; wat we meeslepen in onze rugzak. Delen wat ons doet blij worden; wat we uitstralen in ons omgaan met mensen. Vieren geeft ons lichtpuntjes, kleine stipjes van licht die ons de weg wijzen in de duisternis, om vol vertrouwen elke dag opnieuw weer op weg te gaan. (Leeftocht)

Zij bestaan, de mensen die buitenspel staan in het samenleven:
mensen die zoeken naar een aangepaste job;
jongeren die zich nutteloos voelen en dit uiten in agressie.
Talrijker dan wij vermoeden, en dichter bij ons dan wij het voor mogelijk houden,
leven ze vaak verdoken, weggestoken achter de muren van vergetelheid en schaamte.
Mensen zonder naam, hoogstens met een nummer in de registers van hulporganisaties.
Ongezien, voorbijgezien alsof ze niet bestaan.
Maar ze bestaan. In hun ogen lees je de vraag, de Jezusvraag:
Wie zeg je dat ik ben ? Wat denk je van mij ?

Wachten

We kunnen ons licht opsteken bij christenen.
Zij houden immers in dit seizoen hun jaarlijkse oefening in wachten: de advent.
Vier weken lang kijken ze uit naar de komst van Jezus met Kerstmis.
Die staat natuurlijk al eeuwenlang van tevoren vast, dus het is een vreemde manier van wachten.
De adventsperiode lijkt nodig om aan Kerstmis ook echt inhoud te geven.
Dat God zich laat zien in wat klein en kwetsbaar is, daar moeten ook christenen elk jaar opnieuw aan wennen.
Ze moeten het laten doordringen en ernaar gaan handelen.
Daar heb je dus tijd voor nodig. Maken ook wij daar voldoende tijd voor ?

 

Als…

Als je iedere nieuwe dag aanvangt met een gulle lach;

als je zonder veel gepraat anderen helpt met woord en daad;

als je met een blij gezicht aan je werk denkt en je plicht;

als je steeds naar beter streeft… dan heb je niet voor niets geleefd.

Wij Christenen

Wij Christenen hebben gedacht dat het belangrijker was God te beminnen dan de armen.

Wij hebben gedacht dat het dringender was voor God grote huizen op te trekken, dan er kleine te bouwen voor de armen. Wij hebben gedacht dat het belangrijker was het lijden van Christus te verkondigen, dan het lijden van de mensen. En dat eigenlijk allemaal omdat we gedacht hebben dat God aan de kant van de macht stond, terwijl Hij aan de kant van de liefde te vinden was.  (G.Girardi)

Tot Iemand komt

Blinden blijven blind tot Iemand opstaat en naar hen toegaat; tot Iemand komt en voor hen ziet.
Stommen blijven stom tot Iemand opstaat en naar hen toegaat; tot Iemand komt en voor hen spreekt.
Doven blijven doof tot Iemand opstaat en naar hen toegaat; tot Iemand komt en voor hen hoort.
Lammen blijven lam tot Iemand opstaat en naar hen toegaat; tot Iemand komt en voor hen loopt.
Doden blijven dood tot Iemand opstaat en naar hen toegaat; tot Iemand komt en voor hen leeft.
Die Iemand kan allen maar Jezus zijn, werkzaam met mensenhanden.  (DR)

Leren verwonderd zijn

Dat je kunt lopen, zien, tasten, horen, ruiken en voelen, is dat zo vanzelfsprekend voor jou ?

Dat er bloemen, bomen, zon, maan en sterren zijn, heb je daar ooit al bij stil gestaan?
Boeit het je nog dat elk seizoen zijn eigen kleuren heeft; dat er elke morgen een nieuwe dag begint; dat er vriendschap bestaat; dat mensen voor elkaar zorgen; dat mensen verliefd kunnen worden; dat er kinderen geboren worden; dat ouderen voor jongeren zorgen, maar ook omgekeerd ?

Het leven wordt maar echt een wonder als niets meer vanzelfsprekend is; als je een glimlach ervaart als een gave, en elke dag als een stuk leven dat je gegeven wordt.
Bouw geen muren om je heen, want dan zie je het echte leven niet meer. Ga op weg met mensen die geloven dat het onmogelijke mogelijk kan worden. Geloof in jezelf en in het leven.

Geloof dat er Iemand is die je nabij is, steeds opnieuw.

 

Straks begint de herfstvakantie, met op 1 november Allerheiligen

Straks begint de herfstvakantie, met op 1 november Allerheiligen. Dan zullen sommigen onder ons naar het graf gaan van een familielid. Waar we het over de dood hebben schieten woorden tekort. We bidden vandaag het Onze Vader, speciaal voor mensen die reeds geconfronteerd werden met het verlies van iemand die hen zeer nabij was. Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving maar verlos ons van het kwade. Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.

Als ik een muziekinstrument zou zijn,

zou ik hemelse noten laten weerklinken, die de mensen gelukkig stemmen.
Als ik een muziekinstrument zou zijn, zou ik vredige taferelen oproepen die oorlogen doen vergeten.
Als ik een muziekinstrument zou zijn, zou ik een glimlach op het gelaat van mensen toveren die hun ellende doet vergeten.

Als ik…. Laat ons inzien dat we echt geen muziekinstrument moeten zijn om aan vrede te werken;
dat heel gewone mensen, zoals wij,
best wel het verschil kunnen maken door wat we (niet) doen en wat we (niet) zeggen tijdens ontmoetingen met andere mensen.

 

In tijden van donkerte en crisis …

In tijden van donkerte en crisis openbaart God zijn liefde, net zoals op het kruis. Vandaag vraagt Hij dat wij ons gezonden weten door zijn liefde. Gods liefdesaanbod vraagt immers om gedeeld en verspreid te worden. Jezus trekt ons allen mee in de liefdesmissie van de Vader. De Geest, die onze Kerk voedt en vooruit zendt, maakt van ons leerlingen en zendt ons uit om te getuigen in onze maatschappij. Doen wij dat voldoende ?

Als je voelt dat je vastroest

Als je voelt dat je vastroest in een patroon van ieder voor zichzelf, en zo verstrikt raakt in een woestenij van hebben en houden, durf dan de woestijn door: stap voor stap de weg van mensen opnieuw gaan; vragen stellen bij je doen en laten; je heroriënteren met een ander horloge en een ander kompas in de hand; stil houden bij een vergeten bron om je andere ik en die andere mens als tochtgenoot te treffen. En zakt de moed in je schoenen, haak dan toch niet af, vrees niet, want bij elke exodus is de Heer met je.  (Kathleen Boedt)

Hallo ,ik ben er even niet

‘Hallo, ik ben er even niet. Spreek uw boodschap in na de bieb …’
Hoeveel keer per dag, per week horen we deze boodschap niet? Het zal je maar overkomen; juist nu je ‘echt’ iemand nodig hebt, kan je hem of haar niet bereiken, is hij of zij er niet.
Soms stemt het ons moedeloos. Toch zien we, horen we ook vaak het tegenovergestelde. Lange telefoongesprekken brengen soms raad, geven een gevoel van aanwezigheid, en de schwung om weer even verder te kunnen. Ik ben er voor jou. Ik maak tijd voor jou. Ik sta bij je. Ik sta je bij.

Doe er iets mee…. 

Een man had een droom, al heel lang. Steeds opnieuw dacht hij er weemoedig aan terug. De droom was uiteraard heel blij dat de man zo vaak aan hem dacht. En hij keek gespannen uit naar het moment waarop hij werkelijkheid zou worden. Snel zag hij evenwel in dat de man er weinig voor deed om de droom te realiseren. Dat maakte hem intriest. Hij wou zo graag ingelost worden. Hij liet prachtige beelden van zijn vervulling in de man opkomen. Hij spande samen met de ideeën om steeds nieuwe voorstellen te bedenken; pogingen om de man zo goed mogelijk te helpen. Maar er gebeurde niets. Op een dag was de droom het beu, en hij ging op zoek naar iemand anders.

 

Gebed van een jongere

O Heer, ‘k leg heel mijn leven voor je neer.
Wijs mij de Weg, wanneer ik wandel op het meer.
Ik steek mijn hand uit.
Op eigen kracht wankel ik weer.
Toon mij de Waarheid.
Omhels mijn zorgen. Transformeer mij.
Stil het woeste water in mijn geest.
Breng Jouw Vrede en Licht in mijn ziel. (M.R.)